Welke kledingmaat je hebt, bepaal je door je lichaamsmaten op te nemen en die te vergelijken met een maattabel. De belangrijkste maten zijn je borsomvang, taille en heupen, aangevuld met je lichaamslengte. Met die gegevens vind je je maat voor bijna elk kledingstuk, of je nu een shirt, broek of jurk zoekt.
Welke maten heb je nodig?
Pak een meetlint en meet de volgende omtrekken op het breedste of smalste punt. Meet altijd horizontaal, rechtop staand, met het meetlint strak maar niet te strak.
- Borsomvang: het breedste punt van je borst, meetlint horizontaal rondom.
- Taille: het smalste punt van je romp, meestal een paar centimeter boven je navel.
- Heupen: het breedste punt van je heupen en billen.
- Binnenbeenlengte: van je kruis tot aan de grond langs de binnenkant van je been (handig voor broeken).
- Lichaamslengte: blootsvoets, rechtop tegen een muur.
Schrijf alle maten op in centimeters. Dit zijn de exacte waarden die je nodig hebt om je maat te bepalen via een maattabel.
Welke kledingmaat heb ik: de maattabellen uitgelegd
Kledingmaten worden uitgedrukt in verschillende systemen, afhankelijk van het kledingstuk en het merk. De meest gebruikte zijn:
- Numerieke maten (36, 38, 40…): veelgebruikt voor dameskleding in Europa. Elke stap is meestal 4 centimeter verschil in omtrek.
- Lettergroottematen (XS, S, M, L, XL…): veelgebruikt voor shirts, truien en sportkleding bij dames én heren.
- Broekenmaten (bv. 32/32): het eerste getal is de tailleomtrek in inches, het tweede de binnenbeenlengte in inches. Dit systeem zie je veel bij jeans.
- Heren confectiematen (46, 48, 50…): gebaseerd op borsomvang in centimeters, gedeeld door twee.
Een voorbeeld: een vrouw met een taille van 72 cm en heupen van 98 cm valt meestal in maat 40 (Europees). Een man met een borsomvang van 96 cm gebruikt heren confectiemaat 48.
Rekenvoorbeeld: zo zet je je maten om naar een maat
Stel: je bent een vrouw met de volgende maten: borst 88 cm, taille 70 cm, heupen 96 cm. Dan zoek je in een Europese damesmaattabel op welke maat het beste past bij alle drie de waarden samen. In de meeste tabellen kom je dan uit op maat 38.
| Europese maat | Borsomvang (cm) | Taille (cm) | Heupen (cm) |
|---|---|---|---|
| 36 | 80-84 | 62-66 | 88-92 |
| 38 | 84-88 | 66-70 | 92-96 |
| 40 | 88-92 | 70-74 | 96-100 |
| 42 | 92-96 | 74-78 | 100-104 |
Voor heren werkt het vergelijkbaar. Een man met borsomvang 100 cm, taille 86 cm en heupen 102 cm valt doorgaans in maat 50.
Valt een maat niet precies? Dit doe je dan
Je lichaamsafmetingen passen niet altijd netjes in één maat. Als je taille in maat 38 valt maar je heupen in maat 40, kies dan de grotere maat en pas het kledingstuk eventueel aan bij een kleermaker. Dat is bijna altijd goedkoper dan het omgekeerde: een te kleine maat kopen en hopen dat het toch past.
Bij jeans geldt hetzelfde: kies de maat op basis van je tailleomtrek (omrekenen van cm naar inches: deel je centimeters door 2,54) en pas de broeklengte aan als dat nodig is.
Maatverschillen tussen merken
Een maat 38 bij het ene merk kan voelen als een 40 bij een ander merk. Dat komt doordat merken hun eigen pasvorm en meetmethode hanteren. Kijk altijd naar de specifieke maattabel van het merk waar je koopt, zeker bij online aankopen. Gebruik je eigen gemeten centimetermaten als uitgangspunt, niet een eerder gekocht kledingstuk van een ander merk.
Zodra je je borsomvang, taille, heupen en binnenbeenlengte weet, heb je de basis om bij vrijwel elk merk en elk kledingstuk snel de juiste maat te vinden. Meet elke paar jaar opnieuw, want lichaamsmaten kunnen veranderen.

