Bij het herfsttype draaien de kleuren om warme, aardse tinten die lijken op het palet van de natuur in de herfst. Denk aan rijpe kastanjes, mosterd, olijfgroen, terracotta en roestbruin. Deze kleuren sluiten aan op de warme, goudachtige ondertoon in de huid, ogen en haarkleuren die kenmerkend zijn voor dit type. Draag je een herfstkleur, dan ziet je huid er fris en stralend uit. Draag je een kleur die hier niet bij past, dan kan je gezicht er moe of grauw uitzien.
De basiskleuren van het herfsttype
De twee belangrijkste basiskleuren voor het herfsttype zijn bruin en groen. Niet zomaar elke variant, maar specifiek de warme versies: denk aan cognacbruin, chocoladebruin en camelkleurig. Groentinten zoals olijf, mosgroen en geelgroen staan prachtig, terwijl koele kleuren als mintgroen of limoengroen het type juist niet flatterend laten uitkomen.
Naast bruin en groen zijn dit de kleuren die het herfsttype goed staan:
- Terracotta en baksteenrood
- Mosterd en okergeel
- Oranje en koperkleurig
- Zalmroze en abrikoos (warm van toon)
- Goudkleurig en brons
- Gebroken wit en crème (niet zuiver wit)
- Donker teal (blauwgroen met een warme inslag)
- Roestbruin en kastanjebruin
Kleuren die het herfsttype beter kan vermijden
Koele en heldere kleuren werken doorgaans niet goed bij dit type. Fuchsia, neonroze, ijsblauw, lichtpaars en zuiver wit zijn voorbeelden van kleuren die de warme ondertoon in de huid juist onderdrukken. Ze kunnen de huid er rossig, vaal of ongezond uit laten zien. Dat zegt niets over of je die kleuren mooi vindt, maar wel over het effect ervan op je uitstraling als je ze dichtbij je gezicht draagt.
Zwart is een kleur waar het herfsttype mee moet oppassen. Puur zwart is een koude kleur en dat kan bij het herfsttype hard aankomen naast het gezicht. Donkerbruin, donkergroen of antraciet zijn vaak prettiger alternatieven die een zelfde diepte geven zonder de harde contrast.
Warme versus koele tinten: hoe herken je het verschil?
Een snelle manier om te checken of een kleur warm of koel is: kijk of er geel of oranje in zit (warm) of blauw en roze (koel). Mosterd is warm, citroen is koel. Olijfgroen is warm, smaragdgroen is koel. Voor het herfsttype geldt: hoe meer goud of aarde in een kleur zit, hoe beter hij waarschijnlijk werkt.
Twijfel je in de winkel? Houd de stof of het kledingstuk even op bij je gezicht in een goede belichting, liefst daglicht. Zie je je huid opleven en je ogen stralen? Dan past de kleur goed. Ziet je gezicht er vlak of vermoeid uit? Dan is de kleur waarschijnlijk te koel of te helder voor jouw type.
Herfsttype kleuren in je garderobe toepassen
Je hoeft je garderobe niet volledig om te gooien. Begin met de basisstukken die je het meest draagt en het dichtst bij je gezicht komen, zoals truien, blouses, sjaals en jassen. Juist die items hebben het meeste effect op hoe jij eruitziet. Broeken, schoenen en tassen kun je in neutrale herfstbasistinten kiezen, zoals camel, cognac of donkerbruin.
Een praktisch uitgangspunt: bouw je garderobe op rond twee of drie basiskleuren binnen het herfstpalet. Bruin en olijfgroen combineren moeiteloos. Voeg daarna accentkleuren toe, zoals een terrarottakleurige sjaal of een mosterdgele top. Zo creëer je een warme, samenhangende look zonder dat alles op elkaar moet worden afgestemd.
Accessoires en make-up kunnen ook bijdragen aan de totale look. Warme goudkleurige sieraden staan het herfsttype over het algemeen beter dan zilver. Lippenstift in baksteenrood, terracotta of nude-bruin sluit mooi aan op het kleurpalet. In de kleur van je ogen, haren en lippen zit al een groot deel van het herfstpalet van nature verwerkt, en je kleding mag dat gewoon versterken.

