Het wintertype is een kleurtype waarbij je uiterlijk wordt gekenmerkt door een koele ondertoon in de huid, donker haar en vaak opvallend contrast tussen huid, haar en ogen. Van alle kleurtypen uit het vier seizoenensysteem is het wintertype het meest contrastrijk. Dat contrast is precies wat bepaalt welke kleuren jou op je best laten zien.
Kleurtypen komen voort uit het vier seizoenensysteem, waarbij elke persoon wordt ingedeeld in lente, zomer, herfst of winter op basis van huidondertoon, haarkleur en oogkleur. Het wintertype valt binnen de koele seizoenen, samen met het zomertype. Maar waar de zomer zacht en gedempt is, is de winter helder en scherp.
Kenmerken van het wintertype
Het wintertype herken je aan een combinatie van kenmerken. De huidondertoon is koel, met blauw- of rozeachtige tinten als basis. De huid zelf kan licht zijn, soms bijna porseleinachtig, maar ook olijfkleurig of donker. Wat alle wintertypes gemeen hebben, is die koele ondertoon. Wil je je eigen ondertoon checken? Kijk dan naar de binnenkant van je pols. Zie je blauwgroene aderen, dan heb je een koele ondertoon. Goudgroene aderen wijzen op een warme ondertoon.
Het haar is bij het wintertype typisch donker. Denk aan diepzwart, donkerbruin of in sommige gevallen helder, bijna blauwzwart haar. Zilvergrijs haar past ook goed in dit type. Het haar heeft zelden een warme of goudachtige gloed.
De ogen versterken het contrast. Wintertypes hebben vaak donkerbruine of zwarte ogen, maar ook ijsblauw, grijs of intens groen komt voor. De combinatie van lichte huid met donker haar en lichte ogen, of juist donkere huid met diepzwart haar en donkere ogen, zijn allebei typisch voor dit kleurtype.
De beste kleuren voor het wintertype
Kleuren die het wintertype het beste staan zijn helder, zuiver en koel. Het gaat om kleuren met diepte of juist een krachtig, zuiver karakter. Hieronder een overzicht van de kleuren die voor het wintertype werken, en de kleuren die minder goed passen.
| Wél flatteuse kleuren | Liever vermijden |
|---|---|
| Zuiver wit | Gebroken wit / crème |
| Ijsblauw | Oranje en terracotta |
| Kobaltblauw | Warm beige |
| Koningsblauw | Olijfgroen |
| Felrood (koel, blauwondertonig) | Geel met goudtint |
| Fuchsia en magenta | Zalm en perzik |
| Dieppaars en pruim | Bruintinten |
| Diepzwart | Kamelkleurig |
| Zilver | Goud |
| Koud grijs | Warm mosgroen |
Zuiver wit werkt voor het wintertype veel beter dan gebroken wit of crème. Crème heeft een warme ondertoon en haalt daardoor de frisheid uit het gezicht van een wintertype. Zuiver wit versterkt juist het natuurlijke contrast. Dat is een verschil dat je meteen ziet als je de twee naast elkaar houdt voor de spiegel.
Rood kan uitstekend werken voor het wintertype, maar dan wel de koele variant. Dat is een rood met een blauwachtige ondertoon, zoals kersrood of frambozenrood. Warm rood met een oranje tint werkt minder goed.
Subtypes binnen het wintertype
In uitgebreidere kleuranalyses, zoals het zes seizoenensysteem of het tien seizoenensysteem, wordt het wintertype verder opgesplitst. Denk aan een koele winter, een heldere winter of een donkere winter. Het exacte subtype bepaalt of je iets meer ruimte hebt voor diepere, donkerdere kleuren of juist voor heldere, felle tinten. Bij een kleuranalyse door een stylist wordt dit concreter gemaakt op basis van jouw persoonlijke kenmerken.
De koele winter heeft een sterk blauwachtige huidondertoon en doet het het beste bij de meest koele en zuivere kleuren. De heldere winter heeft meer contrast en kan ook felle, intense kleuren aan. De donkere winter heeft meer warmte in de huid, maar valt nog steeds binnen het winterpalet doordat het contrast en de diepte overheersen.
Sieraden en make-up voor het wintertype
Bij sieraden werkt zilver voor het wintertype duidelijk beter dan goud. Goud heeft een warme gloed die botst met de koele ondertoon van de huid. Zilver, witgoud en platina sluiten aan bij de koele tinten en geven je gezicht een heldere uitstraling.
Voor make-up geldt hetzelfde principe. Kies voor koele rouge- en blush-tinten zoals roze of berry, en vermijd oranje of bronzen bronzers. Een klassieke rode lip, een fuchsiaroze of een diep bes-tint staan het wintertype geweldig. Oogschaduw in taupe, grijs, donkerblauw, dieppaars of zwart past goed. Foundation kies je het beste in een koele, roze of neutrale ondertoon, niet in geel of goudkleurig.
Veelgestelde vragen over het wintertype
Kan ik ook een wintertype zijn als ik licht haar heb?
Ja. Hoewel donker haar het meest voorkomt bij het wintertype, kun je ook met (van nature) lichtbruin haar in dit type vallen als je huidondertoon koel is en het contrast in je gezicht duidelijk aanwezig is. Blond haar past vaker bij het lente- of zomertype, maar is geen absolute uitsluiting.
Wat als ik twijfel tussen het zomer- en wintertype?
Beide typen hebben een koele ondertoon, maar het verschil zit in helderheid en contrast. Het zomertype is gedempt en zacht, het wintertype is helder en contrastrijk. Kijk of je meer opknapt van pastels (zomer) of van felle, diepe kleuren (winter). Dat geeft vaak al uitsluitsel.
Is een professionele kleuranalyse nodig?
Niet verplicht, maar wel nuttig als je twijfelt. Een stylist kijkt bij daglicht naar je huid, haar en ogen en drapert verschillende stofkleuren om te zien wat je gezicht laat opleven. Dat geeft een nauwkeuriger resultaat dan zelf bepalen op basis van foto’s of schermkleur.
Het wintertype onderscheidt zich van alle andere kleurtypen door zijn kracht in contrast en helderheid. Ken je die kenmerken, dan is het relatief eenvoudig om kleuren te kiezen die je gezicht laten stralen. Zuiver wit, koelrode tinten, dieppaars en kobaltblauw zijn je bondgenoten. Crème, oranje en goud kun je beter laten hangen voor iemand met een warme ondertoon.

