Kleurtype bepalen: welk type past bij jou?

Je kleurtype laat zien welke combinatie van huid-, haar- en oogkleur jij hebt, en welke kleuren daardoor het beste bij je staan. Er zijn vier kleurtypes: lente, zomer, herfst en winter. Elk type heeft zijn eigen palet van kleuren die je uiterlijk laten stralen, en kleuren die je er juist minder goed uit laten zien.

Wat is een kleurtype precies?

Een kleurtype is een indeling op basis van de ondertoon van je huid, de kleur van je haar en de kleur van je ogen. Die drie samen bepalen of je een warm of koel uiterlijk hebt, en of je kleuren beter draagt die licht en helder zijn of juist diep en gedekt. De indeling in vier typen komt oorspronkelijk uit de kleurenanalyse, een methode die populair werd in de jaren tachtig maar nog steeds breed wordt gebruikt.

Het gaat niet om je favoriete kleur, maar om welke kleuren het beste aansluiten op je natuurlijke pigmentatie. Draag je een kleur die bij je type past, dan ziet je huid er frisser uit, vallen donkere kringen minder op en lijkt je gezicht meer in balans.

De vier kleurtypes op een rij

Lentetype: Je hebt een warme huidskleur, vaak met een gouden of perzikachtige gloed. Je haar is goudblond, lichtbruin met gouden highlights of rood. Je ogen zijn vaak blauw, groen of lichtbruin. Kleuren die bij je passen zijn warm en helder: koraalrood, perzik, camel, warm beige en olijfgroen. Harde, koele kleuren zoals zwart of grijs staan je minder goed.

Zomertype: Je hebt een koele huidskleur met een roze of blauwachtige ondertoon. Je haar is asblond, asbruin of grijzend, zonder gouden gloed. Je ogen zijn vaak blauw, grijs of groengrijs. Jouw kleuren zijn zacht en koel: lavendel, poederroze, lichtblauw, grijs en zachtgroen. Felle, warme kleuren zoals oranje of mosterd werken minder goed voor je.

Herfsttype: Je hebt een warme huidskleur met gouden, olijf- of koperen tinten. Je haar is roodbruin, donkerblond met warme highlights of kastanjebruin. Je ogen zijn bruin, groen of hazelnoot. Bij jou passen aardse, warme tinten: roestbruin, terracotta, mosterd, olijfgroen en donkerorange. Koele pastelkleuren staan je minder goed.

Wintertype: Je hebt een koele huidskleur, vaak bleek of met een olijftint met koele ondertoon. Je haar is donkerbruin, zwart of krachtig grijs. Je ogen zijn opvallend: diepbruin, donkerblauw of groengrijs met een scherp contrast. Jouw kleuren zijn koel en intens: ijsblauw, kobalt, diepgroen, zwart, wit en fuchsia. Zachte, gedempte kleuren zoals beige of camel staan je minder goed.

Hoe bepaal je je kleurtype?

Je kunt je kleurtype stap voor stap bepalen door naar drie dingen te kijken: je huidondertoon, je haarkleur en je oogkleur.

  • Huidondertoon: Kijk naar de binnenkant van je pols bij daglicht. Zijn je aders eerder groenig, dan heb je een warme ondertoon. Zijn ze blauwachtig of paarsig, dan is je ondertoon koel. Zie je beide, dan ben je neutraal.
  • Haarkleur: Kijk naar je natuurlijke haarkleur. Heeft je haar gouden, rode of koperen tinten, dan is het warm. Askleurig, bruin zonder gloed of zwart wijst op een koele haarkleur.
  • Oogkleur: Lichte, heldere ogen passen vaker bij lente of zomer. Donkere, diepe ogen passen vaker bij herfst of winter.

Warm haar en huid samen met heldere kleuren wijst op lente. Warm maar wat dieper en gedempter wijst op herfst. Koel met lichte, zachte tinten is zomer. Koel met sterk contrast is winter.

Warme versus koele kleurtypes

De meest praktische scheiding is die tussen warm en koel. Lente en herfst zijn warme types, zomer en winter zijn koele types. Weet je je exacte subtype nog niet, dan heb je al veel aan deze tweedeling. Draag je een warm type bent geel-gebaseerde kleuren zoals oker, oranje of camel, dan oogt je huid vitaler. Ben je een koel type, dan doen blauw-gebaseerde kleuren zoals roze, lila en koelblauw hetzelfde voor je.

Kleurtype en kleding, make-up en haar

Je kleurtype is niet alleen handig bij het kiezen van kleding. Het werkt ook bij make-up en haarkleur. Een lentetype kleurt haar beter met warme, gouden highlights dan met asblonde tinten. Een wintertype staat sterk met een diepe, koele lippenstift zoals bordeaux of fuchsia, terwijl een zacht koraalrood er vlak uitziet. Bij kleding geldt: de kleur die het dichtst bij je gezicht zit, heeft de meeste invloed. Een sjaal, kraag of jasje in de verkeerde kleur valt meer op dan een broek in de verkeerde tint.

Je kleurtype is een handig hulpmiddel, geen wet. Het geeft richting bij twijfel en helpt je bewuster kiezen, maar het laat je vrijer in wat je draagt als je eenmaal weet welke kleuren voor jou werken en waarom.

1 gedachte over “Kleurtype bepalen: welk type past bij jou?”

  1. Pingback: Zomertype kleuren: dit palet past het beste bij jou - Oh My Fashion

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *