Zomertype: kenmerken, kleuren en wat écht bij je past

Het zomertype is een kleurtype met koele, gedempte tinten als basis. Als je een zomertype bent, staan zachte, gebluste kleuren je het beste: denk aan lavendel, poederroze, zacht blauw en grijsblauwen. Felle of warme kleuren overheersen snel je gezicht, terwijl de zachte zomertinten je huid juist laten stralen.

Het zomertype valt onder de koel-ondertoon-groep, net als het wintertype. Het verschil is dat zomertypes een zachte, gedempte uitstraling hebben, terwijl wintertypes juist contrast en helderheid nodig hebben. Binnen het zomertype zelf bestaan ook variaties, zoals het lichte zomertype en het zachte zomertype. Elk met een eigen kleurpalet en nuances.

Hoe herken je het zomertype?

De huid van een zomertype heeft een koele ondertoon. Dat betekent dat de ondertoon eerder rozig, beige-roze of licht grijzig is, niet geel of oranje. In zonlicht wordt de huid vaak eerder roze of rood dan bruin. Veel zomertypes blijven relatief licht van huid, ook na een zomer buiten.

Het haar is vaak asblond, aslichtbruin of asgrijs. Warme gouden of rode tinten in het haar zijn ongebruikelijk bij dit type. De ogen zijn meestal blauw, grijs, groengrijs of lichtbruin, vaak met een zachte uitstraling zonder scherp contrast. De combinatie van alle kenmerken samen bepaalt het type, niet één kenmerk alleen.

De kleuren die passen bij het zomertype

Zomertypes zijn gebaat bij koele, gedempte kleuren. De beste keuzes zijn:

  • Lavendel en lila
  • Poederroze en oudroze
  • Zacht blauw en marine (niet te donker)
  • Grijsblauw en grijsgroen
  • Zacht framboosrood en bordeaux
  • Lichtgrijs en grijswit
  • Zacht mauve en lichtpaars

Wat je beter kunt vermijden zijn heldere, warme of felle kleuren. Oranje, geel, warm rood en okerkleur trekken de aandacht weg van je gezicht en kunnen je huid er minder fris laten uitzien. Zuiver wit is voor de meeste zomertypes te hard; gebroken wit of zachtgrijs werkt beter. Zwart kan te hard aankomen, afhankelijk van hoe licht je huid is.

Het lichte zomertype en het zachte zomertype

Binnen het zomertype onderscheiden stylisten doorgaans twee subtypen: het lichte zomertype en het zachte zomertype.

Het lichte zomertype heeft een overgang naar het lentetype. De kleuren die hier bij passen zijn iets frisser en lichter dan bij het klassieke zomertype, maar nog steeds koel van ondertoon. Denk aan lichtblauwen, zachte koraalroze (niet te warm) en mintgroen. Dit type heeft baat bij een wat lichtere versie van het zomerpalet.

Het zachte zomertype heeft meer overlap met het herfsttype. De kleuren zijn wat meer gematst en aardser, maar blijven koel. Zachtgroen, grijsbeige en gedempte terracotta kunnen hier goed werken, zolang de tint koel blijft. Felle of warme versies werken ook voor dit subtype niet goed.

Make-up en accessoires voor het zomertype

Bij make-up geldt dezelfde regel als bij kleding: kies koele, gedempte tinten. Een rozig-beige of koele naakt tint als foundation sluit aan bij je huid. Blush in poederroze of zacht framboosrood werkt goed. Lippenstift in oudroze, framboosrood of zachte berry past bij het type. Koraalrood of oranje-rood kleurt snel te warm en kan daardoor niet kloppen met de huid.

Oogschaduw in grijsblauw, mauve, lila of zacht groen sluit aan bij de zachte oogtinten van het zomertype. Bronzers met een gouden of oranje gloed werken averechts; kies liever een koele highlighter of een roze blush voor de glow-effect.

Bij sieraden passen zilver en witgoud beter dan geel goud. Geel goud kan de warme ondertoon versterken die er bij dit type juist niet is, waardoor het contrast met de huid minder harmonieus oogt.

Veelgemaakte fouten bij het zomertype

Een veelgemaakte fout is gaan voor kleuren die “neutraal” lijken, maar in werkelijkheid warm zijn. Camel, oker, warm bruin en olijfgroen worden vaak als veilig beschouwd, maar staan het zomertype doorgaans niet goed. Ze maken de huid soms geel of dof van kleur.

Een andere valkuil is zwart als standaardkeuze. Zwart staat veel zomertypes niet slecht, maar het is ook niet optimaal. Grijsblauw, donker marine of donker aubergine geven een vergelijkbaar effect maar sluiten beter aan bij de koele, zachte huidondertoon.

Tot slot: het kleurtype is een richtlijn, geen absolute wet. Houd je eigen smaak en gevoel ook mee in je keuzes. Weet je niet zeker welk type je bent of heb je twijfels over je subtype, dan kan een professionele kleuranalyse bij een stijlconsulent uitkomst bieden. Dat is een analyse waarbij iemand je huid, haar en ogen bekijkt in combinatie met kleurstalen.

Het zomertype draait in de kern om zachtheid en koelte. Als je kiest voor kleuren die die kwaliteiten weerspiegelen, valt alles vanzelf op zijn plek: je huid ziet er frisser uit, je ogen komen beter naar voren en je uitstraling wordt rustiger en harmonischer.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *